Het is algemeen bekend dat we ten gevolge van pijn “anders” gaan bewegen.

Als reactie op de pijn neemt de spanning in de  grote oppervlakkig bewegende spieren toe en verliezen deze spieren hun rekbaarheid. De kleine diep gelegen stabiliserende spieren daarentegen worden inefficiënt, zwak en te lang.

Een andere invalshoek om pijn vanuit het bewegingsapparaat te verklaren is de volgende.Pijn kan ook ontstaan ten gevolge van het
1. vaak herhalen van bewegingen die kwalitatief niet correct uitgevoerd worden. Wij noemen dit een foutief bewegingspatroon, foutieve spiercontrole

2. langdurig aanhouden van een houding in een niet optimaal. Het menselijk  lichaam heeft immers geen systeem dat je onmiddellijk informeert wanneer je een foutieve houding aanneemt ; pas na verloop van tijd wordt de tolerantiegrens van een bepaald weefsel overschreden met pijn als gevolg.

T.g.v. beide denkpistes ontstaat er een “spieronevenwicht”: de grote oppervlakkige spieren trekken (relatief) te hard aan een gewricht, terwijl de kleinere dieper gelegen spieren het gewricht onvoldoende stabiliseren wat op zijn beurt aanleiding geeft tot een verstoorde gewrichtsfunctie met opnieuw pijn als gevolg ; op die manier onderhoudt het letsel zichzelf.

In ons klinisch onderzoek steken we veel tijd in het  herkennen van deze foutieve bewegingspatronen, foutieve houdingen en het systematisch onderzoeken van de instabiele regio (plaatsen waar ongecontroleerd bewogen wordt).

Het simpel uitvoeren van oefeningen zal weinig soelaas brengen ; bepalen van een correcte en corrigeren van een foutieve timing, aanleren van de  juiste spiercontrole rekening houdend met de positie van zwaartekrachtlijn en deze uitvoering vaak herhalen om ze te automatiseren zijn de bepalende factoren voor een doelgerichte oorzakelijke aanpak.
Zo kan een spier :
1. te zwak zijn = te weinig sarcomeren in parallel

2. strained zijn = onder verhoogde trekspanning staan
3. te lang zijn = te veel sarcomeren in serie
4. zijn lengte verloren hebben = te weinig sarcomeren in serie
5. mengvormen vertonen
6. normaal zijn
Afhankelijk van de situatie zal de oefentherapie er anders uitzien.
Dit is vaak « fine tuning » ; enkel een spier stretchen verandert niets aan de situatie.

 Alle klachten van het bewegingsapparaat met een mechanische oorzaak (zonder trauma) worden op deze wijze onderzocht en behandeld.

 

www.kineticcontrol.com